Tekst bij Catalogus
door: Wim Vonk, 1998
Voorwoord
In dit boek zijn foto’s te zien van schilderijen die Marja van Putten in mijn woon / werkomgeving heeft gemaakt. Midden in Amsterdam, vlakbij het Centraal Station bewoon ik samen met of zonder mijn kinderen de bovenste drie etages van een pand uit 1638. Deze informatie is noodzakelijk omdat het voor Marja een uitdaging was om anders dan in de afzondering van het eigen atelier, midden in het bruisende leven schilderen: wat voor effect zou dat hebben op haar schilderijen? Zouden ze minder diep worden? Of juist vitaler? Zou het ten koste gaan van de concentratie of schepte het juist de broodnodige afstand. ‘Wat voor een invloed zou het hebben op haar schilderen als er om je heen kinderen spelen of mensen door je beeld lopen? In hoeverre bepaalt je omgeving wat je maakt, wie je bent? Vragen die voor de maker van belang zijn, maar waar de toeschouwer uiteindelijk geen boodschap aan heeft. Het gaat tenslotte om wat je aan een schilderij ontleent. Aan het einde van deze werkperiode die duurde van april ’97 tot eind januari ’98, organiseerde Marja 4 avonden waarbij elke keer 6 toeschouwers geconfronteerd werden met de 20 schilderijen die in het boek zijn afgebeeld. Als gast verbaasde ik me over de uitwerking die bepaalde schilderijen op de andere gasten hadden. Het formaat van de schilderijen, de fysieke aanwezigheid, de textuur en het 2,5 ­dimensionale karakter van het werk: jammer genoeg komen die niet tot hun recht in de overigens prachtige foto’s. Daarom raad ik de lezer / kijker van dit boek aan de schilderijen in levende lijve te gaan consumeren.

Wim Vonk, 1998