Toespraak opening tentoonstelling Interventions in Psynapse Gallery Rotterdam, door Trudi van Zadelhoff

15 september 2019

Toen ik in 1979 met mijn studie kunstgeschiedenis begon, was het standaardwerk dat we bijna geheel in ons hoofd moesten stampen, The History of Art van H.W. Janson.

De kunstgeschiedenis vanaf de steentijd tot het verschijnen van de eerste druk van dit boek in 1962.

En geen vrouw te bekennen.
Dat kan natuurlijk niet waar zijn.

Waar waren Judith Leyster, Artemisia Gentileschi, Camille Claudel, FridaKahlo. Grote namen in hun eigen tijd. Weggepoetst door mannelijke geschiedschrijvers, museumdirecteuren en recensenten. Schilderijen van Judith Leyster bijvoorbeeld verdwenen onder de naam van Frans Hals.

Zij was niet het enige slachtoffer van geschiedvervalsing.

Kennen jullie het verhaal van het urinoir “Fountain” van Marcel Duchamp? Nou die is niet van Marcel Duchamp. Fountain is in 1917 in New York voor een tentoonstelling ingebracht door Elsa vonFreytag-Loringhoven. De door Duchamp vervaardigde kopieën staan onder zijn naam in diverse museumcollecties. Iedereen weet ervan, maar de naam van de maker is nergens gewijzigd. Sterker nog: dit beeld is uitgeroepen als het icoon van de moderne kunst.

De afgelopen decennia is er veel gaande om de weggeschreven vrouwelijke kunstenaars hun rechtmatige positie in de kunstgeschiedenis terug te geven.

Met baanbrekend werk van Germaine Greer* en in Nederland van Liesbeth Brandt Corstius en onlangs van Els Kloek met haar 1001 vrouwen in de 20ste eeuw. Prachtig vormgegeven door Irma Boom.

Dat we er echter nog lang niet zijn, blijkt uit een in februari van dit jaar gepubliceerd onderzoek van Mama Cash. Hieruit blijkt dat slechts 13% van de tentoongestelde werken in musea door vrouwen is gemaakt.

Zoals de NRC op 6 februari jl schreef: De kunstwereld is nog altijd een jongensclub”.

En dan nu het goede nieuws:

Er zitten steeds meer vrouwen op sleutelposities die het verschil kunnen maken in de kunst- en cultuurwereld. Zoals hier in de Psynapse galerie, 100% vrouw met galeriehouder Astrid Moors en exposant Marja van Putten.

Zoals ook in Stedelijk Museum Schiedam waar ik de tentoonstelling Meesterlijke vrouwen afgelopen zomer voor heb gemaakt. Met de eigenzinnige  directeur Deirdre Carasso. Die gisteren een bokswedstrijd heeft gespeeld tegen Anne Wenzel die ze hiervoor uitgedaagd had.

Met vrouwelijke ministers, schouwburgdirecteuren, directeuren van kunstorganisaties en –fondsen, programmeurs en filmmakers wordt het verschil gemaakt. En natuurlijk met sport zoals erg zichtbaar was na het succes van het vrouwenvoetbal.

Er gebeurt meer. Het afgelopen jaar hebben we al veel tentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars gezien. Om er een paar te noemen: het Stedelijk Museum in Amsterdam met Raquel van Haver, Lily van der Stokker en Maria Lassnig. Het Centraal Museum in Utrecht  toonde Jessica Stockholder en in het Rijksmuseum in Amsterdam zijn de reusachtige spinnen van Louise Bourgeois te bewonderen. Het Textielmuseum toont de Bauhausvrouwen en het Cobra Museum de vrouwen in en om Cobra.

En ik las onlangs dat op de Biennale in Venetie voor het eerst 50% procent van de getoonde kunst van een vrouw is.

Voor de tentoonstelling Meesterlijke Vrouwen, afgelopen zomer in Schiedam heb ik 10 vrouwelijke kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw geselecteerd en die gekoppeld aan eigentijdse talenten. Bijvoorbeeld Lotti van der Gaag aan Maartje Korstanje, Eva Besnyo aan Robin de Puy en Jacoba van Heemskerck aan Nicky Assmann. Ik vind het belangrijk om dergelijke verbanden te leggen. Tussen kunstenaars onderling, tussen de verschillende generaties, tussen het verleden en actualiteit en tussen werken uit diverse collecties

En dat is wat ik ook terugzie in het werk van Marja van Putten

Met aandacht voor haar positie als vrouwelijke kunstenaar. Maar ook voor het zoeken naar verbindingen met het verleden, met kunst, geschiedenis, oosterse en Afrikaanse culturen.

Die nieuwsgierigheid en het zien van de haar omringende wereld als een schatkamer om uit te putten, weerspiegelt in haar werk.

In haar Interventions kijkt Marja terug naar oude schilderijen en foto’s vanuit haar 21steeeuwse blik. Dat levert spannende dialogen op. Nog meer versterkt door het gebruik van verschillende materialen zoals verf, textiel, knopen en diverse patronen.

Zo verandert Oopjen van een volledig in het strenge zwart geklede 17deeeuwse dame in een sexy vrouw omringd door kleurrijke patronen die zij nooit gezien heeft, maar waarmee ze wel met het heden wordt verbonden.

En wordt het Melkmeisje van Vermeer gekoppeld aan een hedendaagse auto en aan een Middeleeuwse jonkvrouwe (Heloise?). Back to the future.

Kunst in het middelpunt van de geschiedenis en van de toekomst. Alle lagen, culturen en tijden met elkaar verbindend. Met haar aandacht voor andere tijden en culturen laat Marja zien dat de dominantie van de witte westerse mannelijke blik passé is. Dat de moderne wereld van ons allemaal is, ongeacht afkomst, ras, gender. Dat we uit elkaars bronnen mogen putten wat een verrijking oplevert voor onze beeldtaal. Daarmee zijn de schilderijen van Marja geworteld in het heden, met een blik over de schouder naar het verleden en het hoofd fier vooruit naar de toekomst!

Hiermee verklaar ik de tentoonstelling voor geopend.

* Germaine Greer, The Obstacle Race