Culturele Toe-eigening

Het idee om het over culturele toe-eigening te hebben is ontstaan door het maken van de pangi schilderijtjes die hier hangen. Voor ik daar iets over vertel een definitie die ik vond van het begrip culturele toe-eigening:
Wanneer spreek je van culturele toe-eigening?

Culturele toe-eigening of cultuurkaping is de niet-erkende of ongepaste overname van een element of elementen van een cultuur of identiteit door leden van een andere cultuur of identiteit. Daarbij is de intentie belangrijk en ook de context en de positie die je inneemt. Toe-eigening wordt een probleem als machtige mensen geld verdienen aan cultuuruitingen waar andere mensen voor gediscrimineerd worden.(werden)

Hot item

Nu 10 jaar nadat wij in Suriname waren zitten we midden in de discussie over inclusiviteit. Eindelijk worden vrouwen, gekleurde mensen, homosexuelen, transpersonen iets meer opgenomen in allerlei delen van de samenleving. In elk geval is het zeker meer dan ooit een onderwerp in organisaties en in privé situaties. Dat werd tijd en gaat zeker ook nu niet vanzelf. Je merkt dat aan veel gesprekken dat het weerstand oproept en men voelt dat het beperkingen oplegt aan de gepriviligeerde groep.
Wat ik nog wel mis in deze discussie is klasseverschillen. Er zijn wel weer meer onderzoeken, geloof ik, naar armoede bij kinderen, maar in deze discussie over verschillen in achtergrond en identiteit zou dat naar mijn idee zeker ook thuishoren. Klasseverschillen gaan ook door alle diversiteiten heen.

Het is hoognodig om het er over te hebben, want het moet natuurlijk afgelopen zijn met welke vorm van rascisme en kolonialisme dan ook. Tegelijkertijd is het voor een kunstenaar een moeilijk dilemma om geen stijlen of vormentaal uit andere culturen te kunnen gebruiken of je dingen toe te eigenen. Sterker nog, je kan haast geen dingen maken zonder toe-eigening. Je bent in feite altijd bezig iets uit de wereld om je heen je toe te eigenen om een beeld te kunnen maken. Wat niet wil zeggen dat je er niet over na hoeft te denken hoe je dat doet, wat je wel en niet kan doen. Net als het tegenwoordig voor mannen blijkbaar heel lastig is dat je niet gewoon even een arm op de schouder van een vrow kan leggen zonder risico te lopen op grensoverschrijdend gedrag…. moeten wij witte mensen nadenken over wat we doen en laten in de kunst. Dat lijkt me alleen maar goed.

Het moet natuurlijk ook fout mogen gaan.. want dat is het vervelende .. dan word je er meteen heel erg op afgerekend.. Jammer want dat stopt elke discussie en dus inzicht.
Nu een paar voorbeelden uit mijn eigen praktijk.

Pangistof schilderijtjes

Ik was bezig met de nieuwe verf die ik onlangs heb gekregen, grote potten dikke acrylverf. Bezig deze verf te integreren met allerlei textiele elementen, want dat is wat ik doe: texiel en verf mengen op doek. Op een gegeven moment had ik 1 doekje gemaakt met horizontale en verticale strepen met een paletmes opgebracht. Het gaf een mooi effect en deed me direct aan geruite stof denken, als of ik met verf aan het weven was. Het werk voor deze expositie hing ook nog gedeeltelijk aan de muur en de link naar pangistof was heel snel gemaakt. Ik zocht wat lappen op, ik heb wat pangistof in mijn atelier maar ook via Google. Dat ging supervlot en al snel had ik er een stuk of 4 en ineens schrok ik. Dit is wel heel makkelijk en wat vind ik er van om ineens pangi stoffen te schilderen.. alleen omdat deze expo eraan komt.

Net ook de expo gezien van Remy Jungerman in het Stedelijk, die onder andere ook een combinatie maakt van pangi stof en Mondriaan. Nu ben ik zelf begonnen in 1989 met het toeeigenen van het werk van Mondriaan en heb zijn werk en zijn ideeën vrouwelijk gemaakt, d.w.z. de emotie er weer in gebracht. Zo bezien is het een logische stap om deze daad gelijkwaardig te zien aan dat van Jungerman. Maar toch had ik nog een beetje ongemakkelijk gevoel. Ik kan er voor mezelf wel een draai aan geven maar in de context van deze expositie over Suriname met alleen witte kunstenaars… dat maakte het nog lastiger.

Overigens is dat gegeven, het ontstaan van deze expositie me door Mrya Winter goed uitgelegd.

Ik had dus iets om over na te denken en ontstond het idee om de lezing op dit onderwerp toe te spitsen.

In hoeverre ben ik vrij om gebruik te maken van deze beeldtaal die oorspronkelijk niet tot de mijne behoort?

Is het een voorwaarde dat je beeldtaal voortkomt uit je eigen geschiedenis? Als kunstenaar eigen je je dingen toe, zonder toe-eigening geen kunst.. maar wat wel en wat niet, wanneer wel en wanneer niet… Identiteit zou toch een open structuur kunnen hebben. Geworteld in je jeugd, tenzij je jeugd al heel ontworteld was.. Als je alleen de vormentaal uit je eigen cultuur zou kunnen gebruiken ben je al snel traditioneel en bevestigend bezig.. Juist de uitwisseling en interesse in anderen kan nieuwe dingen opleveren, maar ik begrijp heel goed dat het voor mensen van kleur soms noodzakelijk is zich even heel sterk op hun eigen geschiedenis te concentreren.
Ik zie inderdaad mijn identiteit als kunstenaar als open en kameleontisch, maar net zo goed is dat een bevoorrechte staat van zijn. En ook dat kan hopelijk een positieve rol zijn.

Ik besloot om de doeken te tonen maar er een duidelijk Nederlands werk aan toe te voegen, de geblokte theedoek. Bij de prijs bepaling heb ik deze heel goedkoop gemaakt, feitelijk had ik hem gratis moeten maken.. en kijken wie komt zeggen: ik wil dit doek gratis hebben…
Het theedoekdoekje is gekocht door iemand die ik goed ken en daar totaal niet bij stilgestaan heeft. Het paste goed in haar collectie, ze herkende de blauwe ruitjes stof en heeft meerdere doeken van mij met dezelfde principes..
Voor mij was het noodzakelijk om het toe te voegen in het beeld.. een soort reminder dat je je afvraagt.. wat doet deze er nou bij? Ik denk ook niet dat het erom gaat of ik dat schilderij wel of niet mag maken of tonen maar dat het gaat om de vraag zelf.

Koningin

Een soortgelijke vraag ontstond bij het maken van het witte schilderij ‘Koningin’ in 2012. Ik maakte het werk na Suriname naar aanleiding van een zwart wit foto van een vrouw met een kotomisi. Omdat het een licht wit schilderij was geworden kwam de vraag op of ik het gezicht wit of donker zou maken. Dat was een vrij makkelijke vraag, voor het beeld was het duidelijk dat het wit moest worden, schilderkunstig gezien. Dat het daarbij een aardig statement kan zijn om een witte Surinaamse te maken als witte vrouw was mooi meegenomen, en er achteraf aan toegevoegd. Ik ben toen wel een paar jaar later in gesprek gegaan met Monika Dahlberg die Afrikaanse beelden wit schildert en ze micky mouse oortjes geeft, over de vraag of het uitmaakt of ik die beelden wit zou maken of dat zij dat doet als donker mens.

Flags of the world en vlaggenproject Goes

In 2009-2010 heb ik een serie doeken gemaakt met de titel Flags of the World. Daarbij maakte ik een combinatie van de vlag van een land en in het land gebruikte patronen op stof, keramiek of architectuur. Ik kwam er zo ook achter hoe verbonden stofpatronen zijn, hoe ze over de wereld reizen door de tijd heen, van China, naar India, Indonesie, Afrika en Europa en verder. Natuurlijk spelen machtstructuren bij culturele uitwisselingen een rol, wie koopt wat van wie, wie werkt voor wie, wie strijkt met de eer? Maar bij dit werk wilde ik die verschillen opheffen door ze allemaal naast elkaar in gelijke verhoudingen te tonen.
Zoiets zie je ook terug bij ruitjes stoffen, schotse ruiten, vaak afstammend van een familieclan, Brabants bonte ruitjes, theedoeken, en pangistoffen, uit Suriname of uit Afrika. Tegelijkertijd hebben stoffen soms ook een geestelijke betekenis. Veel traditionele kleding heeft betekenissen die per land en streek verschillen. Het is vaak een soort taal. Dat geldt in Suriname maar ook op Marken.

In 2020 deed ik mee aan een vlaggen project in Goes. Het idee was een vlag te ontwerpen die geprint zou worden en komt te hangen aan vlaggenmasten in tuinen van mensen met vrijstaande huizen. Het was middenin coronatijd en een expositie buiten die veel belangstelling trok. Ik dacht meteen aan mijn vlaggenproject en maakte een inzet van de print op doek Stranger uit 2006.

Dat werk hing op de expositie Kwasiafrikani, een term van Wim Vonk en een expositie waar 14 kunstenaars mee deden die een link konden maken naar Afrika vanuit Europa. Daarbij was ook de collectie Afrikaanse kunst van Klaas de Jonge aanwezig die toen stond opgeslagen en uitgestald in ons atelier. Op deze expositiekwam de print goed tot zijn recht.

Maar ik aarzelde om dat beeld daar zo in Zeeland te laten wapperen. Het voelde vreemd binnen deze context en wist niet zeker of het er misplaatst uit zou gaan zien. Ik heb toen het digitale beeld veradert en het hoofd, masker geel gemaakt. Dit zijn een paar voorbeelden van hoe ik bij het maken van mijn werk soms aanloop tegen de vraag welke beeldtaal op zijn plaats is.

Botopasi

Laten we nu eerst naar Botopasi gaan.
In 2012 hebben we bijna 3 mnd gewoond in Botopasi een Marron dorp in het midden van Suriname aan de Suriname rivier. We waren er ons zeker voor we erheen gingen van bewust dat we als enige witte mensen gingen wonen in een dorp van afstammelingen van weggelopen slaven en dan heel dichtbij in de familie van Isidoor Wens. En het is korter geleden dan je denkt. De overgrootvader van Isidoor was hij bij de eerste bewoners?

In Paramaribo deden we inkopen om mee te nemen naar het binnenland, Isidoor was goed bezig om zoveel mogelijk in te slaan. Dan met een busje vol naar Atjoni en vandaar naar Botopasi met de boot. Eenmaal daar werden we opgenomen in het dorp en waren we vooral onder de indruk en probeerden zoveel mogelijk indrukken tot ons te nemen. Echt in gesprek gaan was niet heel makkelijk en gebeurde sporadisch. Deze foto’s geven een indruk van het dorp. We bezochten ook de Granman, wat heel bijzonder was. (stop de dia’s)
Terugkijkend vraag ik me vooral af hoe het eigenlijk voor het dorp is dat wij op bezoek te kwamen. Wij houden er veel aan over maar is dat omgekeerd ook zo? Dat vraag ik me sterk af.

Vragen aan Isidoor en foto’s van wat ik in Suriname heb gedaan

Is Artceb, denk je een positieve aanwezigheid in Botopasi?

Er is een geweldige positieve ontwikkeling in Botopasi

Heeft het dorp er iets aan?

Het dorp heeft veel aan. VB: een van mijn kunstenaar is getrouwd met een jongen uit het dorp ze wonen nu met twee kinderen in Parijs.

Hebben de kinderen er iets aan?

De kinderen hebben heel veel aan. ze kunnen niet wachten tot ik er weer ben.

Levert het kritiek op naar jou toe?

Ja maar alleen positieve. Iedereen is blij met wat ik daar doe!

Wat doe je, doe je tegenwoordig actief iets om mensen met elkaar in contact te brengen?

Natuurlijk daarvoor is het Botopasi event. en komt er een beeldenpark.

Wat levert het voor jou zelf op?

Tot nu toe heb ik mijn voeten op de grond. Iedereen kent me.

Identiteit als kunstenaar

Het stellen van vragen over de herkomst van beelden en je identiteit als kunstenaar komen me ook heel bekend voor als vrouw in de kunst. Ik voelde me in de jaren 80 behoorlijk geschokt toen er mannen waren die door foto’s heen gingen naaien (Berend Strik) of met draad schilderen (Michael Readeker). Alsof me iets werd afgepakt.. van daaruit kan ik heel goed begrijpen dat beeldtaal, kleuren en materialen niet ‘vrij zijn’ maar vol zitten met bestaande betekenissen en verbonden zijn met bestaande tradities. Als kunstenaar kan je daar wel wat aan doen! Tradities kan je eren en doorbreken, of beide en er een spel mee spelen.

De residency in Suriname was ook een manier om mijn wereld te verbreden. Meer dan ooit zag ik hoe onwetend mensen hier in Nederland zijn. Heel misschien is er nu op scholen meer aandacht voor ons koloniale verleden en wordt de jeugd beter geïnformeerd vanuit meerdere perspectieven. In mijn tijd op school ging het over de trots op de VOC, en over de zending. Om andere verhalen te weten te komen moest je zelf op zoek. Sporadisch kwam ik begin jaren 70 andere meer linkse politieke informatie tegen bijvoorbeeld over de Sahel landen, over Zuid Afrika. Dat bleef min of meer zo tot ik in de jaren 80 in kraakpanden woonde en bij acties betrokken raakte. Wel vooral op het gebied van wonen en vrouwenposities. Het bleef nog steeds ver weg, we noemden dat toen de derde wereld.. een term die nu gelukkig bijna in het gebruik verdwenen is.

Natuurlijk is inclusiviteit en rascisme nu meer een onderwerp, er wonen veel meer donkere mensen in Nederland, we kunnen minder wegkijken.

Ik laat nu wat dia’s zien van kunstenaars die naar mijn idee met dit gegeven werk maken. In het verleden zijn er ook voorbeelden genoeg.. bekende kunstenaars als Picasso, Nolde, Klee, Appel, Man Ray etc… gebruikten Afrikaanse beelden, citeerden deze, dat is heel bekend… ik laat werk zien van hedendaagse kunstenaars, de meeste ken ik persoonlijk.

De Verenigde Naties schrijft het stellig in zijn richtlijnen voor volkstellingen: etnische identiteit is iets wat je zelf bepaalt. Overheden of veldwerkers mogen etniciteit dus niet opleggen.