Introductie tekst femmeBRUT

english below

Eind jaren 80 begon ik bewust knopen, garen, stukjes stof of grote lappen in mijn schilderijen te gebruiken, en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Ik ken textiel en fournituren van huis uit: Textiel verwijst naar mijn jeugd. Kleding, gordijnen naaien was eind jaren vijftig en begin jaren zestig onderdeel van de vrouwelijke band in de familie. Oma, moeder en zussen, nichtjes, ze waren er allemaal bij betrokken. En ik, als zesjarig meisje, naaide ook al randjes op de machine!
Later, toen ons gezin naar een buitenwijk van Rotterdam verhuisde, werd het een meer solistische bezigheid waarin mijn moeder zeer professioneel werd. En de spelden lagen overal.. In zekere zin is het ook een eerbetoon aan haar.
Het is voor mij als schilder daardoor een vanzelfsprekende combinatie: verf en textiel.

De werken zijn 2 x 2 meter en gemaakt met een vaak woest gebruik van naald en draad zonder de opdringerige regels van het fijne handwerken. De doeken zijn gedeeltelijk gemaakt met de longarm machine, die ik gebruik in een quilt winkel in Schagen met de assistentie van een professional op dit gebied. Ik pluk elementen uit deze traditionele wereld door er vrijelijk mee om te springen. Dat levert al tijdens het maken een schurend contrast op. Daarna begint het avontuur met verf.

Bestaat er een vrouwelijke beeldtaal?
Die vraag houdt me al langer bezig. Ik denk van wel, maar zodra ik dingen benoem raak ik onmiddellijk verstrikt in de taal. Ook zijn er teveel uitzonderingen om daar een steekhoudend statement over te maken.

Want waar gaat het om?
Toen ik nog op de academie zat merkte ik dat materialen, kleuren en vormen in zekere zin gecodeerd zijn. Betekenissen liggen min of meer vast, staal is hard en dus mannelijk, wol is zacht en dus vrouwelijk. Maar er is ook harde wol en zachte staal en hout heeft ook vele variaties wat betreft de uitstraling in dit opzicht. Ik ben toen alles wat ik in mijn omgeving tegenkwam gaan labelen volgens een zelf bedacht systeem. Een systeem dat ruimte gaf aan nuances en omkeringen. Een vaak aangehaald voorbeeld is het aantal woorden dat Inuit-volkeren hebben voor sneeuw. Het voorbeeld is ook bekritiseerd, en toch zouden er ook vele woorden kunnen zijn voor wat mannelijk of vrouwelijk is.

Wat doet het ertoe?
Labelen, stigmatiseren, bekritiseren vanuit vastgeroeste ideeën, daarmee doe je de kunst en kunstenaar geen plezier. Maar al te vaak zijn ideeën over gender, en ook over andere achtergronden die iemands identiteit mee bepalen een onbewust gebied. Ik ben van mening dat bewuster omgaan hiermee het leven, de kunst en menselijke relaties verrijkt.

Hopelijk geeft deze serie werken daar een aanzet toe, juist door de abstractie, beelden zonder figuratie en direct herkenbare content.

Marja van Putten
december 2021

Introduction text femmeBRUT

n the late 1980s I consciously started to use buttons, threads, pieces of fabric or large pieces of cloth in my paintings, but in this series of canvases they take the leading role. I am familiar with textiles and haberdashery from my early home life; sewing with clothes, curtains, etc was central to female bonding within the family in the late 1950s and early 1960s. Grandma, mother, sisters and nieces, they were all involved. And I too, as a six-year-old girl, was already sewing borders on the machine! For me as a painter it has always formed a natural combination: paint and textiles. Working with textiles quickly took on a warm and personal meaning. For far too long this has been labelled ‘women’s art’. In this series I have set myself the challenge of attacking the stigma that still clings to the material.

I do this by working in a large format of 2 x 2 metres, and by the often ferocious use of a needle and thread, without the obtrusive rules of fine craftsmanship. The canvases are partly made with the longarm sewing machine, which I use in a quilt shop in Schagen with the assistance of a professional in this field. I pluck elements from the traditional world and use them freely. This produces an abrasive contrast during the initial making process. Then the adventure with paint begins.

Is there a female visual language?
This question has occupied me for some time. I think there is, but as soon as I attempt to name things I immediately get tangled up in semantics. There are also too many exceptions to make a definitive statement on this.

But what is it all about?
When I was a student at art college, I noticed that materials, colours and shapes are all in a sense coded. Meanings are more or less fixed: steel is hard and therefore male, wool is soft and therefore female. But there is also hard wool and soft steel, and in this respect wood has many variations in its appearance. I then started to label everything I came across in my environment according to a self devised system. A system that gave room for nuance and reversals. An often-cited example is the number of words that the Inuit have for snow. This example has also been criticised, and yet there could be many words for what is masculine or feminine.

Why does it matter?
Labelling, stigmatising and criticising from a basis of fixed ideas is not doing art or artists any favours. All too often, ideas about gender, and about the backgrounds that also determine someone’s identity happen unconsciously. I believe that dealing with this more consciously enriches life, art and human relationships. Hopefully these works will give an impetus to that, precisely because of its abstraction, images without figurative form or immediately recognisable content.

Marja van Putten
december 2021